home zoeken contact colofon sitemap

Wanneer werd de kunstijsbaan uitgevonden? 

ijspret

Tegenwoordig is kunstijs geen kunstijs meer, maar ijs dat kunstmatig in stand wordt gehouden.

Rond 1840 schijnt er in Londen al een klein ijsvloertje te zijn geweest, een glacarium. In 1851 kreeg de Amerikaanse arts John Gorrie patent op zijn ijsmachine. Hij gebruikte ijs bij de behandeling van patienten die koorts hadden. Zijn compressiekoelmachine werkte op lucht en kon in een bassin bij – 7 °C ijs maken. In Engeland en op het platteland van  Europa kreeg men belangstelling voor de compressiekoelmachine. Dat had nog een aantal uitvindingen tot gevolg.

Eén daarvan was van de Engelsman dr. John Gamnee. Hij pompte afgekoelde glycerine door een net van elliptische koperen buizen. Daardoor ontstond in 1876 de eerste kunstijsbaan in Chelsea.  Op de wanden waren winterlandschappen geschilderd. In navolging van Chelsea ontstonden er overal in Europa kleine overdekte ijsbaantjes met namen als ‘Palais de glace’.

In het begin waren deze ijspistes nog klein, maar al gauw werden het ijspaleizen. De eerste werd in Frankfurt geopend in 1881. Deze was 532 m2 groot. Veel steden volgden. Eerst waren het nog overdekte banen, maar 1909 kwam in Wenen de eerste kunstmatig bevroren buitenbaan in gebruik.

Schaatsenrijdend Nederland moest lang wachten. Pas in 1934 kreeg Amsterdam Oost aan de Linneausstraat de eerste kunstijsbaan in Nederland. Het was een initiatief van NV Sportfondsen kunstijsbaan. Maar er kwamen te weinig bezoekers om de baan open te houden en deze werd in 1940 gesloten.

De wethouder verklaarde tegenover de gemeenteraad: ‘De zaak is mislukt, want het is gebleken dat het grootste deel van de wedstrijden niet kon doorgaan, omdat het regende, zodat het ijs niet goed was, wijl er een laagje regenwater op stond, en de menschen niet kwamen, om in de open lucht naar een wedstrijd te kijken’.

 

Wanneer werd de eerste elfstedentocht gehouden? 

elfstedentocht

Op 2 januari 1909 werd de eerste officiële elfstedentocht gehouden. Daarvoor schaatste men de tocht ook wel, maar was er nog geen sprake van een georganiseerde wedstrijd. Er is een bron uit 1785 waarin staat: ‘Het is ook meer als eens gebeurd, dat goede schaatseryders op eene winterse dag alle de XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben’.

Een bekende Friese sportman, Pim Mulier uit Witmarsum, had de tocht in zijn jeugd wel eens gereden. Hij opperde in december 1908 om een officiële elfstedentocht te organiseren. Het was erg koud en het ijs stond dik op de Friese meren. Er was een heel korte inschrijfperiode, want op 2 januari 1909 werd de tocht al gereden. Er verschenen 23 rijders aan de start en 9 schaatsers reden de tocht uit. Winnaar was Minne Hoekstra, de zoon van een schaatsenfabrikant uit Warga. Hij schreef later een boekje over deze tocht.

Op 14 februari 1956 had de Elfstedentocht geen echte winnaar. Het was een hele barre tocht geweest. De eerste vijf  besloten daarom samen over de finish te komen, waarop het bestuur besloot geen prijzen uit te reiken. In 1956 schaatste een vrouw – Sjoerdje Faber – voor de vijfde keer de Elfstedentocht.

Op 18 januari 1963 won Reinier Paping de Elfstedentocht onder erbarmelijke omstandigheden. Zeer lage temperaturen, wind en sneeuw. Een record aantal mensen had bevroren tenen en ogen of sneeuwblindheid. Men beschermde zich in die tijd nog met kranten en stro tegen de kou. Iedereen zat aan de buis gekluisterd. Koningin Juliana en Prins Bernard kwamen naar de finish. Dat was bijna een ramp geworden. Want door de duizenden belangstellenden begaf het ijs het bijna. Het kraakte verschrikkelijk, maar er is gelukkig niets gebeurd.

 

Wie waren de Driekoningen 

driekoningen

In katholieke gezinnen staat naast de kerstboom ook een kerststalletje. In de kerstnacht mag het kindje Jezus in de kribbe gelegd worden. Op 6 januari kwamen daar de Driekoningen met hun kamelen en gevolg bij. Met Driekoningen wordt de kersttijd afgesloten. Dit feest wordt ook wel Epifanie genoemd en ontstond in de vierde eeuw na Christus.

Of het koningen of wijzen waren, is niet bekend. De Evangelist Mattheüs (2: 1-18) vermeldt het verhaal dat wijzen uit het oosten Jezus in Bethlehem kwamen bezoeken. Maar hij vertelt niet hoeveel wijzen het waren. Later is men gaan denken dat het drie wijzen waren, waarschijnlijk door de cadeaus: goud, mirre en wierook. In Jesaja (60.3.6) wordt gesproken over koningen.

De Driekoningen trokken vanuit het oosten naar Jeruzalem, omdat zij een ster hadden gezien. Een bijzondere ster zou de geboorte van de ware koning der Joden aankondigen. De wijzen zagen in de ster een teken dat de Messias was geboren. De toenmalige koning der Joden, Herodes, hoorde van de reis van de wijzen en gebood hen bij zich. Hij wilde dat zij de verblijfplaats van Jezus voor hem uitzochten, zogenaamd omdat hij hem eer wilde bewijzen. Later bleek dat hij Jezus wilde doden. Toen de wijzen niet terugkwamen om te vertellen waar zij Jezus gevonden hadden, vermoordde Herodes alle jongetjes onder de twee jaar.

De wijzen trokken na het bezoek aan Herdodus verder. De ster leidde hen naar de goede plaats en bleef boven de stal staan waar Maria en Jozef met het kindeke Jezus verbleven. Zo vonden de wijzen de geboorteplaats van Jezus. De wijzen boden Jezus goud, wierook en mirre aan. Goud omdat Jezus een koning is, wierook omdat hij God is en mirre om het lijden te verzachten dat hij nog moest meemaken.

 

Wat zijn de namen van de Driekoningen? 

driekoningen

In de achtste eeuw kregen de Driekoningen namen: Caspar, Balthasar en Melchior. Caspar was een jonge Aziatische man, die wierook als geschenk bij zich had. Balthasar was een zwarte man van middelbare leeftijd, die uit Ethiopië kwam en mirre bij zich had. Melchior was een grijsaard met een baard, die uit Europa kwam en goud bij zich had. De wijzen symboliseerden de toen bekende werelddelen en de drie levensfasen van de man.

 

Hebben de Driekoningen echt bestaan? 

driekoningen

Of de Driekoningen ook echt bestaan hebben, weten wij niet. Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn, dacht in 325 op een reis door Palestina de bot- en kledingresten van de Driekoningen gevonden te hebben en nam ze mee. Keizer Contantijn schonk de relikwieën in 344 aan de stad Milaan. Daar werden ze vergeten. In 1151 vond een abt, Robert de Mont Saint-Michel, de resten opnieuw in een kerkje nabij Milaan. Omdat keizer Frederik Barbarossa de stad belegerde, werden de relikwieën van de Driekoningen naar een klokkentoren binnen de stadsmuren gebracht. Daar zouden ze veiliger zijn. Maar Frederik won en liet de relikwieën in 1164 naar de Dom van Keulen brengen. Sindsdien heeft Milaan herhaaldelijk gevraagd om ze terug te krijgen. Tevergeefs. Wel kreeg Milaan in 1903 enkele botfragmenten. In Keulen worden de Driekoningen sindsdien vereerd.

Maar of de bot- en kledingresten echt van de Driekoningen afkomstig zijn, is maar helemaal de vraag. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw werden de kledingresten onderzocht. Het bleek textiel te zijn uit de tweede en derde eeuw na Christus. Wel oud, maar van na Jezus' geboorte. Bovendien is er nog een reden om te twijfelen. Marco Polo vermeldde namelijk op het einde van de dertiende eeuw dat hij de graven van de drie wijzen uit het oosten gezien had in Iran, in de stad Javeh.

 

Waar komt de traditie van oliebollen eten op oud en nieuw vandaan? 

oud en nieuw

Tot in de twintigste eeuw moest men in de Kersttijd (die duurde van 21 december tot en met 6 januari) mensen, die aan de deur kwamen om een gelukkig nieuwjaar te wensen, iets te eten geven. Oliebollen waren daarvoor heel geschikt, vooral omdat ze gemaakt werden van ingrediëten die goed bleven in de winter. Oliebollen konden gemakkelijk in grote hoeveelheden gebakken en uitgedeeld worden. Ze bevatten veel calorieën en zorgden dus voor een bodem in de maag.

Oliebollen worden al in het oudste kookboek genoemd, dan heten ze 'lijnzaadkoeken'. Oude recepten voor oliebollen zijn heel simpel. Deeg, gemaakt van meel, bier, gedroogd fruit en eventueel anijs, werd in bollen gebakken in olie. Armen mensen aten vooral meelbollen: meel aangemaakt met bier en dan gebakken in vet of reuzel.

 

Door wie is het vuurwerk uitgevonden? 

oud en nieuw

Precies om middennacht tussen het oude en nieuwe jaar steken mensen in heel veel landen vuurwerk af. Dat doen zij om het oude jaar weg te schieten en het nieuwe jaar te verwelkomen.

Vuurwerk is al heel oud. Waarschijnlijk werd het ontdekt in Bangladesh door de Bengalen. Vandaar dat wij nu nog spreken van Bengaals vuurwerk.
Maar het waren de Chinezen die vuurwerk bekend maakten aan het begin van onze jaartelling, dus zo'n 2000 jaar geleden. De Chinezen gebruikten vuurwerk om de boze geesten weg te jagen, om signalen af te geven en in het leger.

Al in de dertiende eeuw was buskruit in China bekend. Hiermee werden allerlei proeven gedaan. Vandaar vond vuurwerk zijn weg naar Europa, waar op menig kasteel vuurwerkspektakels werden opgevoerd (bijvoorbeeld op Versailles). In Nederland is vuurwerk vooral bekend geworden door het vuurwerk dat werd afgestoken bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898. Iedereen sprak er nog lang over. 

 

Is de kerstboom een spar of een den? 

kerstmis

Op kerstkaarten is de kerstboom een spar en geen den. De sparrenboom is makkelijk, ook als abstracte vorm - een driehoek -, te herkennen als kerstboom.

Waarom is het een spar en geen dennenboom? We zingen tenslotte het liedje 'O Dennenboom, o dennenboom, wat zijn je takken wonderschoon'. Een dennenboom heeft lange zachte naalden. De spar heeft korte harde naalden. Een spar is gemakkelijker te versieren.

In 1605 wordt er in de Hars voor het eerst melding gemaakt van een kerstspar. Sparren waren in die tijd vrij zeldzaam. Toen er een tekort dreigde aan hout, ging men in Pruisen herbebossen met sparren en niet met dennenbomen. Vanaf 1750 werden er overal sparren gepoot.

 

Hoe oud is het gebruik van de kerstboom zetten? 

kerstmis

Aan de hoven van de Duitse keurvorsten werden in het begin van de achttiende eeuw kerstbomen in huis gezet met mooie waskaarsen. De Duitse keizerfamilie nam die gewoonte over. Toen het vorstelijk gezin kerstmis rond de boom ging vieren, werd het gebruik populair. De koningskinderen, die werden uitgehuwelijkt, namen de gewoonte mee en zo werd ook in Engeland en Nederland de kerstboom een traditie.

Het gebruik van de kerstboom is dus nog niet zo heel erg oud. Veel mensen denken dat de boom Germaans is, of heidens, of juist weer Christelijk, maar in feite is er pas in de eerste helft van de negentiende eeuw sprake van een kerstboom in Nederland. Het is dus een geïmporteerd gebruik.

 

Wat vieren wij met Kerstmis? 

kerstmis

Met Kerstmis vieren wij de geboorte van Christus. Kerstmis betekent Christusmis. Christus is heel waarschijnlijk niet op 25 december en niet in het jaar nul geboren. Wetenschappers buigen zich al eeuwen over de vraag wanneer zijn geboortedatum is. De vroege Christenen wisten het ook niet en hebben zijn geboorte op allerlei data gevierd: 1 januari, 6 januari, 29 maart en 29 september. Tot Paus Julius I (337 tot 352) de knoop doorhakte en bepaalde 'Jezus is geboren op 25 december'.


Tussen 21 december en 6 januari wordt ook de midwinterperiode gevierd. Vroeger was dit een fijne tijd, want de winter was zwaar. Weinig eten, veel kou en vroeg donker. Om de voorraad niet te snel op te maken, waren mensen vanaf Sint Maarten heel zuinig met eten, brandstof en licht. Op 21 december hadden ze daarom al een tijd flink gevast. Om even op krachten te komen mocht men in de midwinterperiode even bijtanken. Lekker veel eten en drinken, licht en warmte. En mensen die te weinig hadden, mochten langs de deur gaan om gelukkig kerstmis te wensen of een kerstlied te zingen en daarvoor eten en brandstof te krijgen.

Al die gewoonten hebben wij nu niet meer nodig. We hebben een diepvries, kunnen eten en drinken wat we willen, onze huizen zijn geïsoleerd en we hebben elektrisch licht. Wij hebben dus geen donkere, koude en hongerige winterperiode meer en toch vinden wij het nog steeds belangrijk dat er tussen 21 december en 6 januari overal lichtjes branden. We eten ons ongans en we maken net als vroeger van een donkere tijd een gezellige, lichte tijd met veel huiselijkheid. Voor ons is de kersttijd een rustpuntje in de hectiek van het hele jaar geworden.

 

Sinds wanneer komt Sinterklaas uit Spanje? 

sint nicolaasEen zekere heer Schenkman is er verantwoordelijk voor dat de Sint met de stoomboot uit Spanje komt.

Jan Schenkman (1806-1863) was een Amsterdamse onderwijzer, die in 1851 een kinderboekje schreef, getiteld Sint Nicolaas en zijn knecht. Het boekje werd, ook vanwege de mooie plaatjes, vele malen herdrukt.

Schenkman was zeer geïnteresseerd in nieuwe uitvindingen, zoals de stoommachine. Ook wist hij veel van de geschiedenis van de Gouden Eeuw. Daarom liet hij Sinterklaas uit Spanje komen met een voor die tijd heel modern vervoersmiddel: een stoomboot. Nu is een stoomboot heel ouderwets, maar rond 1850 was het iets heel nieuws. Als er een stoomboot in de haven kwam, liepen de mensen uit om te kijken.

In de negentiende en eerste helft twintigste eeuw introduceerde Sinterklaas vele noviteiten. Zo reisde hij als één van de eersten met de trein, ballon en auto.

 

Wat is Sinterklaas voor feest? 

sint nicolaas

Het Sint Nicolaasfeest is van oorsprong een kerkelijk feest. Bij heiligen werd vroeger niet de geboortedag, maar de sterf- of begraafdag gevierd. Het was niet zo belangrijk wanneer iemand geboren was. Wanneer een mens naar de hemel ging, was veel belangrijker. Overlijden was het begin van een nieuw en beter leven naast God.

Sint Nicolaas werd aanvankelijk vooral in de Grieks-orthodoxe kerk vereerd. In Griekenland en Rusland was hij al in de zesde eeuw een bekende heilige. In die tijd schreef Theodorus van Constantinopel al over hem.

Waarschijnlijk is Nicolaas in de derde eeuw geboren in de buurt van de stad Demre, in het zuiden van Turkije. Vroeger heette deze stad Myra. Op negentienjarige leeftijd werd Nicolaas tot priester gewijd. Later volgde hij zijn oom op als bisschop van Myra. De kerk waar Sint Nicolaas woonde, bestaat nog steeds.

Eigenlijk komt Sinterklaas dus helemaal niet uit Spanje, maar uit wat nu de zuidkust van Turkije is.

 

Sinds wanneer drinken we Beaujolais primeur?  

wijn

De traditie van Beaujolais primeur drinken in november is niet oud. Pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw ontdekte men dat de druif Gamay zich goed leende om snel wijn van te maken. De snelle wijnbereiding zorgt ervoor dat de wijn fruitig en jong smaakt, maar daardoor ook beperkt houdbaar is.

Niet alleen in Frankrijk en Nederland, maar in heel Europa, Amerika, Japan, Canada en Azië wordt de primeur gedronken. In Engeland begint de Beaujolaisverkoop nadat een onderdaan de Engelse koningin een fles beaujolais heeft aangeboden. Beaujolais primeur kan in Nederland vanaf de derde donderdag in november gedronken worden. De primeur blijft tot 31 januari in de handel.

Er is ook Beaujolais nouveau. Dit is dezelfde wijn als de primeur. In Frankrijk spreken ze namelijk van 'Franse nieuwe'.

 

Wat is bokbier? 

bier

Bokbier is een donker, pittig bier met een alcoholpercentage van zes en een half procent. Het wordt gemaakt van zomergerst. Bij het bereidingsproces kookt men het bier langer door dan normaal: het mout brandt dan aan en er ontstaat een donkere kleur. De drinktemperatuur is elf of twaalf graden.

De herkomst van de naam bokbier is niet helemaal duidelijk. Het verhaal gaat dat de naam in de zeventiende eeuw is ontstaan. Het zou een verbastering zijn van Einbeckerbier. Einbeck was een beroemde Duitse bierstad. 'Ein Einbecker' zou verbasterd zijn in 'Ein Bockbier'.

Curieuzer is een ander verhaal. Het bokbier zou ooit in een ketel door de Germaanse God Thor van de aarde zijn meegevoerd op zijn bokkenwagen. Thor wordt vaak afgebeeld als half mens en half bok. In de Germaanse Hemel, het Walhalla, proefden de goden deze overwinningsdrank. Ze vonden het een smakelijke drank die ze Bokbier doopten.

Jaarlijks vinden er vele bokbiertochten en bokbierfestivals plaats.

 

Wie was Sint Maarten? 

sint maarten

Op 11 november wordt het overlijden van de heilige Martinus gevierd. Martinus leefde in de vierde eeuw na Christus. In de vijfde eeuw werd hij heilig verklaard. Al vrij snel na zijn overlijden in 397 zou het bedelfeest zijn ontstaan, zoals we dat nu nog kennen. Sint Maarten is vooral bekend door het verhaal waarin verteld wordt dat hij de helft van zijn mantel gaf aan een bedelaar.

Met Sint Maarten gaan vooral kinderen met lichtjes langs de deuren. Ze zingen een lied en ontvangen daarvoor iets lekkers. In de negentiende eeuw gingen ook volwassenen langs de deur om eten of brandstof te vragen. Het was een manier voor arme mensen om door de moeilijke winterperiode te komen.

Maarten of Martinus werd geboren in wat nu Hongarije is. Zijn vader was soldaat en het was toen de gewoonte dat de zoon hetzelfde ging doen als zijn vader. Als soldaat in het Romeinse leger belandde hij in Frankrijk.

Volgens zijn biograaf Sulpicius Severus vond voor de poorten van de stad Amiens de beroemde ontmoeting met de bedelaar plaats. Martinus zag de naakte bedelaar, sneed zijn mantel in tweeën en gaf een deel aan de verkleumde man. Later zou de bedelaar in de gedaante van Christus in zijn droom verschijnen. Na deze droom zei Martinus het soldatenleven vaarwel en werd hij de stichter van vele kloosters in Frankrijk.

In 372 werd Martinus gewijd tot bisschop van Tours en in die stad is hij ook begraven op 11 november 397, de huidige feestdag. In Tours bevindt zich ook het graf van de heilige Martinus.

 

Wat is een zoenkruis? 

zoenkruis

Een zoenkruis is een wegkruis dat door de dader van een moord werd opgericht om voorbijgangers op te roepen voor gebed voor het zielenheil van de overledene. Door de plotselinge dood had het slachtoffer geen laatste sacramenten ontvangen en zou daarom niet in de hemel worden toegelaten.

Vanaf de Middeleeuwen zijn dergelijke zoenkruisen bekend. Het kruis werd op kosten van de veroordeelde dader gemaakt en geplaatst. In het vonnis werd duidelijk omschreven hoe groot het kruis moest zijn en van welk materiaal. Het kruis was om zowel de nabestaanden als de overledene met de dader te verzoenen. Vandaar de naam zoenkruis. 

 

Wat wordt er met Halloween bedoeld? 

Halloween

Halloween is een verbastering van All Hallows evening, de avond voor Allerheiligen. Op allerheiligen en allerzielen gingen mensen naar de kerkhoven om hun dierbaren te eren.

Tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw verbood de protestantse overheid deze feesten, omdat ze in strijd waren met de reformatorische leer. Vanaf die tijd werd Halloween, vooral in Engeland, Schotland en Ierland, een werelds feest zonder kerkelijke achtergronden, dus een volksfeest.

In Engeland ziet men Halloween graag als een Keltisch feest. Halloween zou het Keltische nieuwjaarsfeest Samhain zijn, waarbij men het einde van de zomer vierde. Men dacht dat de zielen van overledenen terugkeerden naar hun oude woonplaats en dat is natuurlijk een eng idee.

Immigranten uit Engeland, Schotland en Ierland introduceerden Halloween in de negentiende eeuw in Amerika. Kinderen gaan daar verkleed langs de deur met een pompoen om een traktatie te vragen.

Op het einde van de jaren tachtig zag je de eerste Halloween parties en Halloween markten in Nederland. Nu is het een bekend verschijnsel. Veel kinderen verkleden zich als heks of spook en gaan met een verlichte pompoen door de donkere avond langs de straten griezelen.

 

Waar komt de winter- en zomertijd vandaan? 

tijd

Mensen denken soms dat tijd een natuurlijk gegeven is. Maar tijd is een afspraak tussen mensen. De échte tijd is de tijd die wij samen afspreken.

De zomertijd wordt altijd in de laatste nacht van zaterdag op zondag  in maart ingesteld. De wintertijd begint altijd in het laatste weekend van oktober. De klok wordt in maart een uur vooruit gezet. Van twee uur naar drie uur. Dat uur bestaat dus niet. In de winter gaat de klok een uur achteruit. Dat uur bestaat dus twee keer.
Het is altijd moeilijk te onthouden, maar met dit ezelsbruggetje gaat het prima: In het VOORjaar gaat de klok VOORuit.

Wij laten sinds 1980 in het laatste weekend van maart en oktober de tijd verspringen.
Nederland kent sinds 1916 de zomertijd. Na de Tweede Wereldoorlog is dat gebruik weer afgeschaft. In 1977, met de energiecrisis, is de aparte tijd in de zomer en winter weer ingesteld. Mensen konden dan meer profiteren van het licht en dat spaarde energie uit.

William Willett, een aannemer uit Londen, heeft het systeem van zomer- en wintertijd bedacht. In 1907 schreef hij een pamflet waarin stond: ‘Gedurende de helft van het jaar schijnt de zon al een paar uur als wij liggen te slapen en gaat zij al onder als wij thuiskomen van ons werk. Waarom zetten wij de klok in die periode niet vooruit?’ Willett had berekend dat het land op die manier heel veel elektriciteit zou kunnen besparen. In zijn tijd moesten de mensen erg lachen om zijn idee.

 

Waarom vieren wij dierendag op 4 oktober? 

dierendag

Werelddierendag wordt gevierd op 4 oktober. Dat is de sterfdatum van de middeleeuwse heilige en dierenvriend Franciscus van Assisi (1182-1226). Franciscus is de stichter van de orde der Franciscanen en hield zoveel van dieren dat hij ze met `broeder’ of `zuster’ aansprak. De overlevering wil dat hij tegen de vogels preekte.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werden overal in Europa verenigingen opgericht tot bescherming van dieren. Op een congres in 1929 in Wenen werd besloten een werelddierendag in te stellen om de behandeling van dieren aan de kaak te stellen. In die tijd ging men veel ruwer met dieren om dan tegenwoordig. Zo werden honden gebruikt om de kar te trekken of een molen aan het draaien te houden. Ook waren hanengevechten populair.

Het doel van deze dag was om mensen bewust te maken dat dieren ook levende wezens zijn en gevoel hebben. Vanaf 1960 is dierendag ook een campagnedag van de dierenbescherming.

 

Hoe komt Prinsjesdag aan zijn naam? 

prinsjesdag

De naam Prinsjesdag werd vroeger gebruikt voor de verjaardag van Stadhouder Willem V (1748-1806) op 8 maart. In de tijd van de Patriotten was Prinsjesdag een populair volksfeest. Het was een manier om te laten zien dat men Oranje- of Prinsgezind was. Het was een soort verzetsdaad tegen de Franse overheersers. In de twintigste eeuw werd de opening van het parlementair jaar Prinsjesdag genoemd.

Op Prinsjesdag maakt de regering in een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer haar plannen voor het volgende jaar bekend. De Koningin spreekt dan de troonrede uit. Ze geeft een uiteenzetting van het door de regering gevoerde beleid.

Tussen 1815 en 1904 sprak het staatshoofd de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 doet zij dat in de Ridderzaal op het Binnenhof. Graaf Floris V van Holland liet de Ridderzaal in 1280 bouwen voor zijn regeringstaken. De gotische troonzetel, waarop de Koningin zit, staat pas sinds het begin van de vorige eeuw in de Ridderzaal.  In de nok van de Ridderzaal hangen de vlaggen van alle twaalf provincies.

 

Wie was de eerste vrouwelijke minister? 

marga klompé

Marga Klompé was de eerste vrouwelijke minister in Nederland.  Ze had voor de KVP zitting in het vierde kabinet Drees. Zij was minister van Maatschappelijk Werk. Op 13 oktober 1956 werd zij tot minister benoemd. Daarvoor zat Marga Klompé in de Tweede Kamer.

Het waren de jaren vijftig, de jaren van huiselijk Nederland. Het gezin was toen de hoeksteen van de samenleving en de vrouw de spil waar het in het gezin om draaide. Vooral in katholieke kringen was dit gezinsideaal belangrijk.

Marga Klompé zorgde meteen voor een huiselijke sfeer op het Binnenhof. De ministers mochten haar bij haar voornaam noemen en dat is later ook door de andere ministers overgenomen.

Klompé is per toeval in de Tweede Kamer gekomen. Ze was lerares scheikunde en stond in 1948 op een onverkiesbare plaats. Dat wilde ze ook. Maar onvoorzien leverde die plaats toch een zetel op en zo kwam Klompé in de kamer.

 

Wie was de eerste vrouw in de Tweede Kamer? 

kiesrecht

In Nederland heeft niet iedereen altijd het recht om te stemmen gehad. Lang waren het de deftige mannen die het voor het zeggen hadden.

Het Algemeen Kiesrecht voor mannen werd in 1917 ingesteld. Vrouwen kregen twee jaar later Kiesrecht, in 1919.

Hoewel ze nog niet mochten stemmen, waren vrouwen wel verkiesbaar. Ze mochten dus wel in de Tweede Kamer gekozen worden.

Dat gebeurde met Suzanne Groeneweg (1875-1940). In 1918 – één jaar voordat vrouwen mochten stemmen – werd zij in de Tweede Kamer gekozen. Zij werd dus gekozen door mannen die het belangrijk vonden dat vrouwen ook konden meeregeren. Groeneweg was lid van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij).

Suzanne of Suze, zoals ze genoemd werd, combineerde haar Tweede Kamer lidmaatschap met haar lidmaatschap van de Rotterdamse gemeenteraad en van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Zij zat dus in de gemeenteraad, de Provinciale Staten en in de Tweede Kamer!

Ze heeft tot 1937 in de Tweede Kamer gezeten en heeft zich vooral bezig gehouden met het opkomen voor de belangen van de vrouw.